| Anomalie | Verschijnsel dat niet geïnterpreteerd of onderzocht kan worden in een gegeven paradigma. Term van Th.S.Kuhn. Volgens velen zijn paranormale verschijnselen anomalieën. |
| Artefact | Onderzoeksresultaat dat op zich niets zegt over de onderzochte verschijnselen maar daarentegen een product is van de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd. |
| ASC | Altered states of consciousness Van het normale waken afwijkende bewustzijnstoestanden (dromen, trance, hypnose, enz). Term van Ch.Tart. De parapsychologie onderzoekt de mate waarin deze verschijnselen samenhangen met psi-processen. |
| Buitenzintuiglijke waarneming | Beleving van- of reactie op een gebeurtenis, voorwerp of bewustzijnsinhoud zonder dat normaal sensorisch contact daarbij een rol speelt; wordt onderverdeeld in telepathie (die betrekking heeft op subjectieve gegevens) en helderziendheid die betrekking heeft op objectieve gegevens). Term van J.B. Rhine (vertaling van E.S.P.) |
| Bijna-dood ervaring | Ervaring van personen in een toestand van klinische dood, welke door deze persoon zelf achteraf gerapporteerd wordt. |
| Clairvoyance | zie Helderziendheid. |
| Critical Ratio | zie Normaal-score. |
| Deviatie | De mate waarin het aantal treffers hetzij naar boven of naar beneden, afwijkt van het kansgemiddelde. |
| Differentiaal-effect | Significant verschil in score wanneer proefpersonen deelnemen aan een experiment waarin twee of meer condities voorkomen. |
| E.S.P. | Extra –Sensory Perception Internationale aanduiding voor buitenzintuiglijke waarneming. Term van J.B.Rhine. |
| E.S.P.-test | Experiment met het doel een uitkomst te verkrijgen die aan buitenzintuiglijke waarneming kan worden toegeschreven. |
| Experimentator-effect | Het verschijnsel dat verschillende proefleiders bij een identieke proefopzet toch verschillende uitkomsten verkrijgen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen ‘normaal’ verklaarbare-effecten (zoals verschillen in de omgang met de proefpersonen) en ‘paranormale’effecten, waarbij de experimentator gedacht wordt door middel van psi zijn resultaten te beïnvloeden. |
| Feedback | Het geven van informatie aan de proefpersonen omtrent de resultaten van een experiment. |
| Ganzfeld-methode | Techniek om proefpersonen in een veranderde bewustzijnstoestand te brengen door het aanbieden van egale, ongedifferentieerde stimuli (rood licht en ruis). De bedoeling van de experimenten is meestal dat de hierbij opdoemende imaginaire beelden overeenstemmen met de doelplaat waar een andere pp (de ‘zender’) zich tegelijkertijd op concentreert. |
| G.E.S.P. | General Extra-Sensory Perception Buitenzintuiglijke waarneming die op zodanige wijze onderzocht wordt dat het zowel om helderziendheid als om telepathie zou kunnen gaan. |
| Hallucinatie | Een ervaring die niet op een objectieve werkelijkheid betrekking heeft, maar die ten onrechte wel als zodanig wordt opgevat (Veridieke-h. die -naar later blijkt- correcte informatie verstrekte; Pseudo -h. die als zodanig herkend wordt door de percipient; Collectieve -h. die door meerdere personen wordt gedeeld). |
| Helderziendheid | Vorm van E.S.P. waarin men indrukken heeft van een objectieve (materiële) stand van zaken. |
| Kansgemiddelde | De verwachte gemiddelde score in een parapsychologisch experiment wanneer dit resultaat aan niets anders dan toeval te wijten zou zijn. |
| Meta-analyse | Analyse van alle gepubliceerde experimenten van hetzelfde type. |
| Motorisch automatisme | Beweging van hand, tong of ledematen welke buiten de bewuste wil van de betrokkenen om tot stand komt en die het karakter van een mededeling draagt. Bijvoorbeeld: automatisch schrift, spreken in trance-toestand. Term van F.W.H.Myers. |
| Normaal-score | of: z-score. Een maat om te bepalen of een waargenomen afwijking van een gemiddelde score significant groter is dan de te verwachten toevallige fluctuaties rondom dit gemiddelde. De z-score wordt verkregen door de waargenomen afwijking van het kansgemiddelde te delen door de standaarddeviatie. |
| Object reading | (ook: Token-object reading) E.S.P.-taak die wordt uitgevoerd terwijl de pp een voorwerp waarneemt of aanraakt dat met het doel in een (hem onbekend) zinvol verband staat. Nederlandse benamingen: psychometrie, psychoscopie. |
| Observationele theorieën - | Verzamelnaam voor theorieën volgens welke de waarneming (observatie) van de uitkomst van een psi-poging (voorspelling, worp van dobbelsteen) een centrale rol speelt in het psi-proces. De theorieën kunnen gezien worden als een metaforisch antwoord op het 'meetprobleem' uit de quantummechanica (zie ook: retroactieve psychokynese. |
| 0BE | Out-of-body-experience zie Uittreding |
| p | Overschrijdingskans. Een statistische maat die aangeeft hoe groot de kans is dat een dergelijk resultaat verkregen zou kunnen worden als er geen echt (psi) effect is en slechts het toeval een rol speelt. |
| P | Trefkans. Getal voor de apriori waarschijnlijkheid dat een treffer optreedt. Bij het werpen van een ideale dobbelsteen is P voor het werpen van ‘6’: 1/6 |
| pp | Proefpersoon, meervoud: ppn |
| P.K. | Psychokinese |
| Paradigma | Een ‘voorbeeldige’ aanpak van wetenschappelijke problemen. Het p. omvat o.a exemplarische probleemstellingen en -oplossingen, fundamentele definities, wetten, waarden en aannamen. Term van Th.S.Kuhn. |
| Paragnosie | In Nederland gebruikelijke aanduiding voor buitenzintuiglijke waarneming. Term van P.A.Dietz |
| Paragnost | Iemand die (al of niet ten onrechte) meent het verschijnsel E.S.P. te vertonen. Term van P.A.Dietz. |
| Paranormaal | Term voor verschijnselen die ‘naast’ een als ‘normaal’geaccepteerde werkelijkheid lijken te vallen (d.i die niet verklaarbaar zijn binnen gevestigde paradigma’s). |
| Parapsychologie | Wetenschappelijk onderzoek van buitenzintuiglijke waarneming en psychokinese. Term van M. Dessoir. |
| Parergie | zie Psychokinese. Term van P.A.Dietz |
| Poltergeist | zie R.S.P.K. |
| Precognitie | Voorspelling van toekomstige gebeurtenissen, die niet kan worden afgeleid uit huidige kennis. |
| Psi | Griekse letter. Algemene verzamelnaam voor E.S.P. (psi-gamma) en P.K. (psikappa). Term van R. Thouless en B.P. Wiesner. |
| Psi-missing | Significante negatieve afwijking van de kansverwachting, waaruit geconcludeerd wordt dat de proefpersoon zijn psi-vermogen gebruikt om een beleving van het doel in kwestie te vermijden. |
| Psychical research | Psychisch onderzoek, oorspronkelijke term voor parapsychologie. |
| Psychokinese | Een directe (mentale maar niet motorische) invloed door de proefpersoon uitgeoefend op externe fysische processen. De correspondentie van de uitkomst van een toevalsproces met de intenties van een proefpersoon. Term van J.B.Rhine. |
| Psychometrie | zie Object reading. |
| Psychoscopie | zie Object reading. |
| Random | Zonder enige regelmatigheid. In de pps. worden de doelen ‘gerandomiseerd’ opdat de ppn. deze niet normaliter zou kunnen verwachten. |
| Random Number Generator | Apparaat dat een opeenvolging van getallen produceert welke geen enkele regelmatigheid vertoont. In bepaalde onderzoekingen naar psychokinese is het de taak van de pp de uitkomst van dit random-proces te beïnvloeden in de door hem gewenste richting. |
| RNG | Zie random-number-generator. |
| Reïncarnatie | Zielsverhuizing, herbelichaming. Het mogelijkerwijs bestaan van herinneringen aan vorige levens zou E.S.P. kunnen impliceren. |
| Retroactief | Terug in de tijd werkend. |
| Retroactieve psychokynese | Het beïnvloeden van toevalsprocessen die in het verleden hebben plaatsgevonden. In de observationele theorieën wordt het concept gehanteerd dat deze toevalsprocessen verstoord lijken te worden afhankelijk van een toekomstige conditie. Volgens deze theorieën ligt het mechanisme van de retroactieve psychokinese ten grondslag aan GESP, precognitie en PK. |
| R.S.P.K. | Recurrent spontaneous psychokinesis. Herhaaldelijk optreden van niet-intentionele psychokinese op dezelfde plaats of rond dezelfde persoon. Moderne aanduiding voor Poltergeist. Term van W.G.Roll. |
| Run | Een groep trials. |
| Score | Het aantal treffers in een gegeven hoeveelheid trials. |
| SD | Standaarddeviatie De afwijking van het kansgemiddelde binnen welke grenzen het toeval nog als alleen werkzaam kan worden aangenomen. Vaak berekend volgens de formule vnpq (n= aantal proefnemingen, p = kans op treffer, q = kans op misser). |
| Sensorisch automatisme | Op een zintuiglijke indruk gelijkende voorstelling die buiten de bewuste wil van de betrokkenen tot stand komt. Term van F.W.H. Myers. |
| Serie | Verschillende runs van onderzoeksessies die gegroepeerd zijn volgens de van te voren bepaalde opzet van het experiment. |
| Sheep-Goat effect | Aanduiding voor de veelgevonden onderzoeksuitkomst dat personen die in hun psi-vermogen geloven (schapen) een hogere score behalen dan personen welke hier niet in geloven (bokken). |
| Significant | Betekenisvol. Een statistisch resultaat is significant wanneer het een bepaalde mate van onwaarschijnlijkheid heeft (zie ook: overschrijdingskans). |
| Spiritisme | 1) Overtuiging dat er een voortbestaan na de dood is 2) Godsdienst waarin deze overtuiging centraal staat 3) Interpretatie van psi verschijnselen in termen van invloed van overledenen. |
| Spontane gevallen | Niet-intentionele, onaangekondigde ervaringen van mensen buiten een onderzoekssituatie, die geïnterpreteerd kunnen worden als vormen van E.S.P. of P.K. |
| Sterfbedvisioen | Ervaring van stervenden over ervaringen aan de rand van de dood, welke aan getuigen worden medegedeeld. |
| Subject | Engelse term voor pp. |
| Subliminaal | onderdrempelig Psychische processen zoals bijv. waarneming die buiten de bewuste attentie verlopen. Term van F.W.H. Myers. |
| Supernormaal | Oudere term voor paranormaal. Term van F.W.H. Myers. |
| Synchroniciteit | Het samenvallen in de tijd van twee of meer niet causaal op elkaar betrekking hebbende gebeurtenissen, welker betekenis van gelijk of verwant gehalte is. Term van C.G. Jung. |
| Target | Voorwerp of gebeurtenis waarop de proefpersoon in een E.S.P.-test dient te reageren of waarop hij of zij in een P.K.-test invloed uit dient te oefenen. |
| Telekinese | zie Psychokinese. Term van F.W.H. Myers. |
| Telepathie | Vorm van E.S.P. waarin men indrukken heeft van andermans subjectieve processen. Term van F.W.H. Myers. |
| Toeval | 1) Het geheel van ongedefinieerde causale factoren die irrelevant zijn voor het verband dat men onderzoekt. 2) ‘Zuiver’ toeval - een gebeurtenis die voortkomt uit onderliggende quantumfysische fundamenteel probalistische processen (zoals de uitkomsten van een random-number generator). |
| Toevalsverwachting | zie Kansgemiddelde. |
| Treffer | Gissing van een proefpersoon die overeenstemt met het doelobject. |
| Trial | Eén enkele poging om een E.S.P. of P.K-taak te volbrengen. |
| Uittreding | De ervaring waarin men de omgeving waarneemt vanuit een ander punt dan het eigen lichaam en waarbij men de indruk heeft dat men zich buiten zijn lichaam bevindt. Impliceert mogelijkerwijs E.S.P. |
| Voorschouw | Precognitie. |
| Xenoglossie | Het actief gebruik van een taal welke men onmogelijk geacht kan worden te kennen. Term van Ch.Richet. |
| Zener-kaarten | Kaarten waarop een van de volgende symbolen staan: cirkel, ster, vierkant, kruis, golfjes. Deze kaarten worden gebruikt bij E.S.P.-tests. |
| Zender | Persoon over wiens bewustzijnsinhouden bij telepathie kennis wordt verkregen door een andere persoon. In G.E.S.P. -tests de persoon die het doelobject waarneemt. |